Skip to main content

Energiezuinig koelen en verwarmen voor bedrijven en particulieren!

Ventilatie

Waarom ventileren?

Doordat onze bouw steeds perfecter is geworden en de isolatie normen telkens hoger zijn vastgesteld is het niet langer zo, dat onze huidige woningen voldoende worden geventileerd door kieren en spleetverliezen zoals dat vroeger het geval was.

Daardoor is tegenwoordig een goed te controleren mechanisch ventilatiesysteem nodig om voldoende "vervuilde" binnenlucht af te voeren en tegelijkertijd verse buitenlucht aan te vullen. Een gezond binnenklimaat is een vereiste als het gaat om goede gezondheid, en een lange levensduur van het gebouw.

Met een optimaal functionerend ventilatiesysteem is het mogelijk de vochthuishouding te controleren waardoor schimmelvorming geen kans krijgt het gebouw en de aanwezige goederen aan te tasten. Daarnaast heeft een mechanisch systeem als voordeel op een natuurlijke afvoer, dat er geventileerd wordt wanneer het echt nodig is en niet overdadig.

Systeem 1

Ventilatie met warmteterugwinsysteem:
Bij dit systeem worden de in het Bouwbesluit genoemde ruimten geventileerd door lucht af- of toe te voeren. De aard van de ruimte bepaald de hoeveelheid toe- en of af te voeren lucht. Hiervoor zijn in het Bouwbesluit de minimum eisen opgenomen. De natte ruimten en de keuken worden afgezogen. Slaapkamers en woonkamer worden toegevoerd. De som van de toevoer lucht is gelijk aan de som van de afvoerlucht om het systeem in balans te krijgen (balansventilatie). Zoals gezegd geeft het Bouwbesluit minimale luchthoeveelheden aan en veelal verdient het aanbeveling de waarden hoger te kiezen om een echt goed systeem te verkrijgen. Dit geldt vooral bij utiliteitsgebouwen.

Afzuiging: Via ventilatieopeningen aangesloten op de ventilator d.m.v. een kanalensysteem, wordt in de keuken, badkamer(s), toilet(ten) en event. werkkast en bijkeuken (afhankelijk van de afmetingen) wordt de vervuilde lucht afgevoerd. De ventilatieopeningen worden voorzien van een instelbaar ventilatieventiel om de juiste hoeveelheid lucht op de juiste plaats te bewerkstelligen.Toevoer: Via ventilatieopeningen aangesloten op het kanalensysteem gekoppeld aan de ventilator, wordt verse buitenlucht toegevoegd in slaapkamers, woonkamer en hal.
WTW systeem: In het WTW (warmteterugwinning) systeem worden de toe-en afvoerlucht door een warmteterugwinunit geleidt. De afvoerlucht geeft in de unit, via de warmtewisselaar, warmte af aan de toevoerlucht, welke op die wijze voorverwarmd de woning binnentreed. Doordat er geen koude buitenlucht wordt toegevoerd, bespaart men aanzienlijk op energiekosten voor het verwarmen van het gebouw. Onze warmteterugwin-units hebben een rendement van ca 95% en gelijkstroommoteren waardoor ze het medemogelijk maken om de EPN norm te behalen.
Nadeel: Hogere aanschafkosten ivm een dubbel leidingsysteem (afzuig en toevoer) meer arbeid en meer leidingwerk en hoger aanschafprijs van de ventilatie-unit.

Voordeel: Energie/kosten besparing, behalen van EPN norm en de luchttoevoer en afvoer zijn altijd in balans (balansventilatie).

Soorten ventilatiesystemen

Er zijn diverse manieren, waaruit gekozen kan worden bij het ontwerp van een gebouw of systeem.
Onderstaand uitleg over enkele veelgebruikte ventilatiesystemen

Systeem 1:
Mecahische luchtafvoer en mechanische luchttoevoer met Warmteterugwinning.
Systeem 2:
Mecahische luchtafvoer en natuurlijke luchttoevoer via bijv. gevel of raamroosters.
Systeem 3:
Mecahische luchtafvoer en mechanische luchttoevoer.

Systeem 2

Mechanisch ventilatiesysteem:
Bij dit systeem worden de in het Bouwbesluit genoemde ruimtengeventileerd door de lucht mechanisch af te voeren. De aard van de ruimte bepaald de hoeveelheid af te voeren lucht. Hiervoor zijn in het Bouwbesluit de minimum eisen opgenomen. De natte ruimten en de keuken worden afgezogen. Via gevelopeningen, bijvoorbeeld in de kozijnen, wordt de lucht weer op natuurlijke wijze toegevoerd. Zoals gezegd geeft het Bouwbesluit minimale luchthoeveelheden aan en veelal verdient het aanbeveling de waarden hoger te kiezen om een echt goed systeem te verkrijgen. Dit geldt vooral bij utiliteitsgebouwen.
Om met mechanische ventilatie toch nog een verdere verlaging van de EPC te krijgen, kan er gebruik gemaakt worden van ventilatoren met gelijkstroommotoren.

Afzuiging: Via ventilatieopeningen aangesloten op de ventilator d.m.v. een kanalensysteem, wordt in de keuken, badkamer(s), toilet(ten) en eventueel werkkast en bijkeuken (afhankelijk van de afmetingen) de vervuilde lucht afgevoerd. De ventilatieopeningen worden voorzien van een instelbaar ventilatieventiel om de juiste hoeveelheid lucht op de juiste plaats te bewerkstelligen.
Toevoer: Via natuurlijke ventilatieopeningen in de buitenschil wordt de afgevoerde lucht weer aangevoerd. De voorkeur deze toevoeropeningen gaat uit naar de slaapkamers en woonkamer/keuken. Het totaaloppervlak van de toevoeropeningen wordt bepaald aan de hand van de af te voeren m3 lucht.
Nadeel: Bij lagere buitentemperaturen dan de binnentemperatuur, energieverlies door het toevoeren van koude (buiten) lucht in het gebouw.

Ventilatiewaarden

Utiliteitsbouw
In de utiliteitsbouw is de hoeveelheid te ventileren lucht volgens het Bouwbesluit afhankelijk van de aard van de ruimte (hoe en door wie wordt deze ruimte gebruikt) en de bezettingsgraad van die ruimte. Deze bepalen gezamenlijk de hoeveelheid ventilatielucht.
De tabellen hiervoor kunt u vinden op de internetsite www.bblonline.nl.

Woningbouw
In de woningbouw kan men uitgaan van de volgende waarden:
Toiletruimte 7 l/sec– (25 m3/h)
Badruimte 14 l/sec– (50 m3/h)
(open)Keuken 21 l/sec– (75 m3/h)
Woonkamer 0.9 l/m2 vloeropp.– (3.24 m3/h/m2)
Slaapkamer 0.9 l/m2 vloeropp.– (3.24 m3/h/m2